Wennen aan het ziekenhuis zonder spoedeisende hulp

  • -

Wennen aan het ziekenhuis zonder spoedeisende hulp

Categorie : NIEUWS

Ziekenhuizen in Drenthe en Groningen sluiten twee afdelingen voor spoedeisende hulp. Patiënten zijn daardoor straks langer onderweg. Maar de posten zijn duur, en personeel is schaars.

Het Bethesda ziekenhuis in Hoogeveen, onderdeel van de Treant Zorggroep.
Foto: Kees van de Veen 

Vijftienhonderd ongeruste Hoogeveners tekenden onlangs een petitie tegen de mogelijke sluiting van de spoedeisende hulp in ziekenhuis Bethesda. „Het is niet normaal dat in een welvarend land als het onze steeds maar medische voorzieningen sluiten.”

Deze maandag werden de bange vermoedens bevestigd: de spoedeisende hulp in Hoogeveen en die van het Refajaziekenhuis in Stadskanaal gaan sluiten. Dat blijkt uit een plan dat Treant, zorgaanbieder in Oost-Groningen en Drenthe heeft gemaakt, samen met zorgverzekeraars Menzis en Zilveren Kruis en andere zorgaanbieders in de regio. Straks is op de twee locaties alleen nog een ‘spoedpost’ voor hulp bij niet-levensbedreigende aandoeningen, zoals botbreuken.

Door het besluit daalt het aantal volwaardige spoedeisendehulpposten opnieuw. In 2003 waren er nog 107 in Nederland. Tien jaar later telde het rijksinstituut voor de volksgezondheid (RIVM) er 94. Nu zijn er 83 dag en nacht open – en voor drie ervan is sluiting aangekondigd.

Waarom sluiten ze, en hoe erg is dat?

Duimendraaien
De posten voor spoedeisende hulp in Hoogeveen en Stadskanaal horen bij de kleinste van Nederland. Vooral de nachten zijn vaak rustig, weten zij die er werken. Gemiddeld komen er ’s nachts op elk van de posten drie tot vijf patiënten, van wie er een of twee worden opgenomen. „Je kan een half uur medicijnen aanvullen en lijsten langslopen”, zegt Rob de Vries, cardioloog op de spoedeisende hulp. „Daarna wordt het duimendraaien en wachten.”

Ook al komen er weinig patiënten, er is toch relatief veel personeel nodig. Op elk van de twee locaties is ’s nachts een spoedeisendehulparts aanwezig, plus twee verpleegkundigen. Daarnaast is een afdeling voor acute zorg open, voor patiënten die worden opgenomen, met minimaal twee intensivecareverpleegkundigen. Een intensivist, cardioloog, longarts, anesthesioloog, chirurg, dermatoloog, oogarts, uroloog en KNO-arts staan ’s nachts stand-by. De Vries: „Als je weinig aanbod van patiënten hebt, wordt het lastig de kwaliteit van specialisten op orde te houden.” Ofwel: duimendraaien is niet goed voor het niveau van de arts.

De patiënten die binnenkomen hebben bijvoorbeeld een verkeersongeval gehad, of last van een hartritmestoornis. „Bij een hartinfarct reed de ambulance al door naar Zwolle of Emmen”, zegt De Vries, „naar een intensive care met meer specialisten.”

Dat steeds meer spoedeisendehulpposten sluiten, betekent niet dat er minder behandelplekken komen. Landelijk kunnnen er zelfs meer patiënten terecht, bleek vorige maand uit onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit. Acute zorg wordt alleen geconcentreerd op minder locaties.

De sluiting van de twee noordelijke posten heeft consequenties. Ziekenhuizen in Assen, Emmen en Scheemda worden anders ingericht om het grotere aantal patiënten op te vangen. De locaties Stadskanaal en Hoogeveen worden meer toegerust op planbare zorg, en ze krijgen expertisecentra voor onder andere orthopedie en ouderenzorg.

Langer onderweg
Een belangrijk ander gevolg van de sluiting van de twee spoedeisendehulpposten is dat de rit van de locatie van de patiënt naar het ziekenuis langer duurt. In Oost-Groningen en Drenthe duurt dat nu gemiddeld 11 minuten, liet Treant berekenen. Na de sluiting wordt dat 14 tot 17 minuten.

De overheid bepaalde in de jaren zestig dat er hooguit 45 minuten mag zitten tussen de hulpoproep en het moment dat een patiënt in het ziekenhuis arriveert. Over die norm is al jaren discussie. In elk geval kan 99,8 procent van de patiënten in Nederland binnen die drie kwartier naar een spoedeisende hulpafdeling worden gebracht, zo berekende het RIVM. De ruim 33.000 mensen bij wie het langer dan drie kwartier duurt, wonen bijna allemaal op de Waddeneilanden.

Er zijn tien ‘gevoelige’ ziekenhuizen, die voor hun spoedeisende hulp een beroep kunnen doen op subsidie. Op nummer één staat ZorgSaam in Terneuzen. Als deze post zou sluiten, zou voor 50.000 mensen de aanrijtijd langer dan drie kwartier worden.

De ziekenhuizen van Treant zijn staan niet op deze lijst ‘gevoelige’ ziekenhuizen. Toch zijn ook hierover zorgen. Tjerk Hiddes, vertrekkend bestuursvoorzitter bij de UMCG Ambulancezorg, schreef een brief naar Treant uit vrees voor mogelijke sluiting van de spoedeisende hulp, zo meldde Dagblad van het Noorden. Hiddes wees daarin op problemen door eerdere fusies bij Treant en Isala, een regioziekenhuis met vijf locaties in Zwolle. Volgens hem pakken veranderingen vaak negatief uit voor ambulancezorg, „hetgeen leidt tot langere reistijden, langere transfertijden bij de ziekenhuizen en opnamestops. Bij dit alles dus een steeds verder toenemend risico op complicaties bij patiënten.”

De veranderingen op zichzelf waren volgens Hiddes niet het probleem, wel de manier waarop en de snelheid waarmee ze werden doorgevoerd. Hij schrijft over de ervaring met het sluiten van een ziekenhuis in Dokkum: „Tot op de dag van vandaag, vier jaar na dato, heeft het MCL (Leeuwarden) zijn spoedhulp-processen niet geheel op orde en zijn er regelmatig wachtrijen met ambulances. De ontwikkelingen gaan veel sneller dan waar wij in de keten een antwoord op kunnen formuleren.”

Treant laat weten de spoedeisendehulpposten geleidelijk af te willen bouwen. „Wij willen er niemand mee overvallen”, zegt een woordvoerder. „Na de zomer zetten we de eerste stapjes, maar de reorganisatie gaat jaren duren.”

Strengere eisen
Marco Varkevisser, hoogleraar marktordening in de gezondheidszorg in Rotterdam, voorziet verdere daling van het aantal spoedeisendehulpposten. „In een relatief klein, dichtbevolkt land vind ik het logisch dat je de vraag stelt: moet ieder ziekenhuis 24/7 een spoedeisende hulp hebben? Dat komt mede omdat de discussie over de minimale kwaliteitseisen aan spoedeisende hulp in steeds heviger mate wordt gevoerd.”

De eisen voor de spoedopvang worden steeds strenger, zegt ook Jos Aartsen, directeur van het Universitair Medisch Centrum Groningen. „De normen voor behandelingen worden hoger, je moet artsen met verschillende specialisaties bij de hand hebben, de operatiekamer open, de intensive care open – 24 uur per dag moet je de hele infrastructuur in de lucht houden. We hebben er meer aan om zorg te concentreren, dan dat ziekenhuizen omvallen.”

Zorggroep Treant verwacht door de sluiting van de twee locaties voor spoedeisende hulp jaarlijks 20 miljoen te besparen. Dat is hard nodig: de ziekenhuizen van Treant leden in 2017 5,2 miljoen euro verlies, het vierde verlies op rij. Doordat de ouderenzorg wel winst opleverde, kon de zorggroep nog zwarte cijfers schrijven.

Door de sluiting van de hulpposten heeft Treant veertig fte’s minder nodig op deze afdelingen. Ook dat is welkom, want personeel is schaars. „We waren iedere maand weer blij als we het rooster rondkregen”, zegt De Vries. „Openstaande vacatures moesten we vullen met uitzendkrachten.” En nachtdiensten met twee patiënten, „daar zit weinig uitdaging in”.

Het landelijke tekort aan personeel voor spoedeisende hulp is sinds 2016 opgelopen van 4,8 naar 10 procent. Dit is een van de grootste bedreigingen van acute zorg, concludeerde de Nederlandse Zorgautoriteit vorige maand. Weliswaar is deze zorg nog „voldoende toegankelijk”, maar „de druk erop neemt wel toe”. Om het personeelsprobleem op te vangen, adviseerde de toezichthouder zorgaanbieders zo goed mogelijk samen te werken.

Reorganisatie ziekenhuiszorg
Zorggroep Treant wil de spoedeisendehulpafdelingen van het Bethesda-ziekenhuis in Hoogeveen (Drenthe) en van het Refaja-ziekenhuis in Stadskanaal (Groningen) sluiten. Deze maandag is bekendgemaakt dat de groep de acute zorg op termijn concentreert in haar ziekenhuis in Emmen. In Hoogeveen komen expertisecentra voor onder andere orthopedie en ouderenzorg, en de borstchirurgie wordt er uitgebreid. Stadskanaal gaat zich toeleggen op niet-acute ongevalchirurgie (fracturen) en ouderenzorg. Hoogeveen en Stadskanaal blijven doordeweeks poliklinische zorg, diagnostiek, dagbehandeling en opname bieden.

Bron: www.nrc.nl

Facebooktwitterlinkedin

de Nederlandse Vereniging voor én door Leidinggevenden Operatieafdeling