Ziekenhuizen moeten ‘varkenscyclus’ doorbreken om nijpend personeelstekort op te lossen

  • -

Ziekenhuizen moeten ‘varkenscyclus’ doorbreken om nijpend personeelstekort op te lossen

Tags :

Categorie : NIEUWS

Overal in het land sluiten ziekenhuizen operatiekamers en bedden op de intensive care-afdelingen. De oorzaak zit ’m in het personeelstekort; vooral het gemis aan ic-verpleegkundigen, operatie-assistenten en anesthesiemedewerkers is nijpend. Zo nijpend dat de inhuur van deze mensen de IJsselmeerziekenhuizen en het Slotervaartziekenhuis volgens de directie zo veel geld kostte, dat een faillissement onafwendbaar bleek. Waarom zijn deze beroepsgroepen zo gevoelig voor tekorten?

‘We zitten in een varkenscyclus’, zegt Petrie Roodbol, hoogleraar verpleegkunde. ‘Dit is overduidelijk een varkenscyclus’, zegt Ger Creemers, voorzitter van de Landelijke Vereniging van Operatie-assistenten. ‘Ik zit nu achttien jaar in het vak. Dit is mijn derde varkenscyclus’, zegt Remko ter Riet, anesthesiemedewerker in Winterswijk.

Alsof ze een geheim codewoord hebben afgesproken om de huidige personeelscrisis in de zorg te duiden. Die afspraak is er niet: Roodbol zit in Groningen, Creemers in Brabant, Ter Riet in de Achterhoek. Ze werken in verschillende instellingen, in andere disciplines. Maar de routine waarmee ze over de ‘varkenscyclus’ spreken, verraadt: dit nijpende tekort hebben we eerder gezien, het zal ook weer overgaan. Maar ook: als bestuurders nou eens een keer minder kortzichtig waren geweest, dan had de dip in de cyclus niet zo hevig hoeven zijn.

Want een varkenscyclus gaat over overschotten en tekorten en hoe die elkaar altijd afwisselen. Wanneer de prijs van varkensvlees hoog is, zullen boeren overstappen op een varkensstapel. Tegen de tijd dat fokkerijen uit de grond zijn gestampt en de varkens oud genoeg zijn om te worden geslacht, is er sprake van overproductie en keldert de prijs. Gevolg: fokkerijen sluiten. Waarna de prijs oploopt, en, enfin, u begrijpt het idee.

Naar de zorg vertaald: zodra personeelstekorten zijn weggewerkt en de operatiekamers en de intensive care weer draaien, trapt een ziekenhuis op de opleidingen-rem. Waardoor er op den duur door verloop en verzuim opnieuw een tekort ontstaat, er paniek uitbreekt, arts-assistenten en geneeskundestudenten dan maar taken moeten vervullen waar ze officieel nog niet klaar voor zijn, dure invalkrachten en detacheerders de productie op peil moeten houden, er meer mensen uitvallen door de verhoogde werkdruk, roosters niet meer rondkomen, operatiekamers en ic-bedden moeten sluiten, er subsidiemaatregelen komen om weer nieuwe mensen op te leiden, en na en poosje de ergste nood weer is geleden. Tot het moment komt dat al die kosten van het ondersteunend personeel op de begroting beginnen te drukken. En dan hier een pijl naar het begin van deze alinea.

Deze problemen laten zich het nijpendst voelen bij ic-verpleegkundigen, operatie-assistenten en anesthesiemedewerkers. Zij spelen een cruciale rol in de infrastructuur van een ziekenhuis en, niet onbelangrijk, zij worden grotendeels door de ziekenhuizen zelf opgeleid.

IC-verpleegkundigen
Veel operaties kunnen pas doorgaan als er een bed vrij is op de intensive care-afdeling, waar de patiënt bewaakt kan worden. De ic-verpleegkundigen houden die intensive care draaiende. Daar liggen patiënten alleen als een orgaan het niet meer doet, als een van de vitale functies niet meer zelfstandig functioneert. Een ic-verpleegkundige is in staat die functies over te nemen. Denk aan beademing als de longen geen lucht meer omzetten in zuurstof voor het bloed, aan dialyse als de nierfunctie het begeeft. Een verantwoordelijke, intensieve taak: reken op een à twee patiënten per verpleegkundige.

IC-verpleegkundige word je dan ook niet zomaar: na de reguliere vierjarige opleiding komt er nog anderhalf jaar bovenop. Een gewone verpleegkundige kan de taken van de ic-collega dan ook niet overnemen. ‘Onmogelijk’, zegt hoogleraar Petrie Roodbol. Daar komt bij dat het vak ‘voortdurend verandert, de medische wetenschap gaat steeds verder.’ Drie maanden eruit betekent minimaal een dag bijscholing. Het maakt de inzet van invalkrachten buitengewoon lastig. ‘Dit tekort toont hoe kwetsbaar het systeem is. Je moet voortdurend blijven opleiden om het verloop te kunnen opvangen. Maar als het verloop een keer hoger is dan voorspeld, zit je met de gebakken peren.’

Nu de economie zo goed draait, is dat verloop hoger. Het is makkelijker om een keer de stap te maken naar een andere sector, of verpleegkundigen (meestal vrouw) verhuizen met hun partner (meestal man) mee, die elders een carrièrestap kan maken, zegt Roodbol.

Operatie-assistenten
Maar ook een gebrek aan de kans op zo’n carrièrestap kan de tekorten verergeren. Dat is het geval bij de operatie-assistenten. Eenmaal opgeleid tot operatie-assistent, blijf je operatie-assistent en vormen de muren van de operatiekamers een carrièrefuik. Een onaantrekkelijk idee voor starters, als ze het beroep al kennen. Operatie-assistenten bewegen in de luwte en treden weinig naar buiten.

Onterecht, vindt Ger Creemers, want het is een prachtig vak. Bij elke operatie ondersteunen twee tot drie assistenten de chirurg. Een goede assistent kent het operatieverloop, voorvoelt wat de chirurg nodig heeft, heeft geen vragen nodig en duwt de instrumenten op het juiste moment in de handen van de operateur, verwijdert klemmen, houdt de wond zichtbaar, stelpt bloedingen.

‘Toch lukt het maar niet om consistent en structureel genoeg mensen op te leiden’, zegt Creemers. Zo’n opleiding duurt drie of vier jaar, gebeurt in en gedeeltelijk door de ziekenhuizen zelf in samenwerking met opleidingsinstituten, en is in principe voor iedereen met een havo-diploma toegankelijk. In 2016 adviseerde het Capaciteitsorgaan – dat voor alle medische disciplines berekent hoeveel opleidingsplekken er in Nederland moeten zijn – 643 operatie-assistenten per jaar aan de opleiding te laten beginnen. Het waren er de afgelopen jaren nog geen 200. Komende maand komt het Capaciteitsorgaan met een nieuwe raming; dat getal zal de 643 fors overstijgen, melden ingewijden. Volgens de afspraken in het Hoofdlijnenakkoord voor de medisch-specialistische zorg dat het ministerie met de ziekenhuizen sloot, moeten de ziekenhuizen in 2021 de ramingen van het Capaciteitsorgaan ook daadwerkelijk volgen.

Het tekort zal langer duren dan de eerdere cycli die hij heeft meegemaakt, denkt Creemers. Op korte termijn een blik opentrekken gaat niet. Er zijn nu subsidies om het aantal opleidingsplaatsen te verhogen, maar het effect daarvan kan jaren op zich laten wachten.

Anesthesiemedewerkers
Wat voor de operatie-assistenten geldt, geldt ook voor de anesthesie-medewerkers: onbekend maakt onbemind. Ook zij brengen hun dagen door onder de felle lampen van de operatiekamers. Zij blijven de gehele operatie bij de patiënt en monitoren constant de beademing en de bloedcirculatie. ‘We houden de pijn weg en de patiënt in leven’, zegt Remko ter Riet. ‘Het is de mooiste functie in het hele ziekenhuis. We stellen de patiënt gerust op het moment dat hij het meest kwetsbaar is. In korte tijd bouwen wij een band op.’ Een beroep van hollen of stilstaan: gaat alles goed met de patiënt, dan is het relatief rustig. ‘Gaat het mis, dan is het alle zeilen bijzetten.’

Maar ook hier geldt: het zijn de ziekenhuizen zelf die opleiden. Dat kost hun geld, dus wanneer er even te veel mensen zijn opgeleid, komt er een rem op het aantal opleidingsplekken en moeten de net afgestudeerden eruit. ‘Ziekenhuizen zijn heel goed voor hun patiënten, maar goed zijn voor hun personeel is lastiger’, zegt Robin Diesbergen, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Anesthesiemedewerkers. Van de korte termijn zijn ze soms ook. ‘Ik ken mensen die na de opleiding werden ontslagen en twee maanden later een belletje kregen of ze alsjeblieft terug konden komen.’

De oplossing
Het aantal mensen dat nu een opleiding volgt tot gespecialiseerd verpleegkundige – of voor een ondersteunende medische discipline – stijgt. Maar het zijn er nog altijd niet genoeg. Vorig jaar begonnen 2.500 mensen met zo’n opleiding, duizend meer dan het jaar ervoor. Maar ook nog altijd duizend te weinig, schreef minister Bruins onlangs aan de Kamer.

Die opleidingen moeten uiteindelijk onafhankelijk worden van de grillen van het ziekenhuis, vindt Creemers, omdat er nu ‘niet wordt opgeleid voor de buren’. ‘Laat dat systeem los, het is niet meer van deze tijd.’

Ook belangrijk: verhoog de status van het vak, geef het een officiële hbo-erkenning. Een verplichte BIG-registratie, zoals die al geldt voor verpleegkundigen en artsen, kan daarbij helpen. De anesthesiemedewerkers hebben hiervoor inmiddels een aanvraag ingediend bij het ministerie.

Op korte termijn moeten mensen die het vak hebben verlaten er weer worden ingelokt. Maar er moet vooral worden ingezet op het behoud van de medewerkers die er nog zijn, tipt Creemers.

Om de ergste nood te ledigen en verder verloop te voorkomen, bieden ziekenhuizen nu zelfs blijfbonussen aan verpleegkundigen en medewerkers. Die kunnen oplopen tot 5.000 euro. Een te begrijpen noodmaatregel, vindt Roodbol. ‘Zo’n bonus kan je over een dood punt heen helpen. De sfeer wordt beter en dan kom je misschien net uit de vicieuze cirkel.’

Maar de crux blijft: opleiden, opleiden, opleiden. En vervolgens: heb oog en oor voor de wensen en noden van het personeel. Zelfs kleine zaken als een parkeerplaats, zodat een verpleegkundige niet na een zware dienst om 23.00 uur nog eens met de bus moet, kunnen al helpen. Roodbol: ‘Het zijn allemaal kleine irritaties bij elkaar die ertoe kunnen leiden dat mensen uit prutterigheid op de werkvloer besluiten een andere baan te zoeken.’

Bron: de Volkskrant

Facebooktwitterlinkedin

de Nederlandse Vereniging voor én door Leidinggevenden Operatieafdeling