Voor patiënten komt de zorg dichter bij huis, tenzij het ingewikkeld wordt

  • -

Voor patiënten komt de zorg dichter bij huis, tenzij het ingewikkeld wordt

Door een reeks akkoorden te sluiten met alle medische beroepsgroepen probeert het kabinet de kostenstijging in de zorg af te remmen. De trend in al die afspraken: voor patiënten komt de zorg dichter bij huis, terwijl ziekenhuizen zich verder specialiseren.


De OK wordt in gereedheid gebracht voor een operatie. Foto Harry Cock.

Het was de grootste opdracht die de bewindslieden op het ministerie van Volksgezondheid meekregen in het huidige regeerakkoord: sluit akkoorden waardoor de geraamde groei van de zorguitgaven 1,9 miljard lager uitvalt. Het Centraal Planbureau voorzag immers dat de uitgaven voor de zorgverzekering met 10 miljard euro zouden oplopen tot 58 miljard in 2021. Dat valt uiteen in 4 miljard euro voor extra zorg en 6 miljard voor loonstijging.

Teneinde die ontwikkeling af te remmen – zoals het vorige kabinet lukte – trokken de ministers Hugo de Jonge (CDA), Bruno Bruins (VVD) en staatssecretaris Paul Blokhuis (CU) het land in, waar zij de afgelopen maanden akkoorden sloten met zo’n beetje alle betrokkenen, van medisch-specialisten en ziekenhuizen tot psychologen, psychiaters, de wijkverpleging, patiëntenverenigingen en zorgverzekeraars.

Die afspraken zijn vastgelegd in hoofdlijnenakkoorden die tot 2023 gelden. De rode draad: efficiënter werken om kosten te besparen. Niet alle beroepsgroepen staan voor dezelfde opdracht. Met de medisch specialisten is bijvoorbeeld afgesproken dat de groei van ‘hun’ zorg de komende jaren terugvalt naar nul. Dat betekent een besparing van 1,5 miljard. Daarnaast levert de geestelijke gezondheidszorg 200 miljoen in. De frontlinie van de zorg, de huisartsen en de wijkverpleging, krijgt er juist geld bij, samen bijna een miljard euro. Zij zien in de wijken immers meer taken op zich afkomen. Ondertussen gaan de ziekenhuizen zich verder specialiseren. Want dat is de trend: de zorg komt naar u toe de komende jaren, tenzij het echt ingewikkeld wordt. Dan moet u waarschijnlijk juist verder reizen.

Zorg dichter bij huis
De zorg komt dicht bij huis. En u mag meer zelf gaan doen. De medisch specialist gaat het ziekenhuis uit en zal de patiënt steeds vaker opzoeken, in plaats van andersom. Het ministerie verwacht bijvoorbeeld winst van dermatologen die spreekuur houden in de huisartsenpraktijk. Dat scheelt dubbel werk, doorverwijzingen en reistijd voor de patiënt, die bovendien eerder een diagnose heeft. Ook kleine operatieve ingrepen moeten mogelijk worden in wijk-zorgcentra of bij de huisarts. Daartoe krijgen de huisartsen de komende jaren extra budget.

Ook de zorg bij nierfalen is een mooi voorbeeld. Deze aandoening stijgt onder 75-plussers, de leeftijdsgroep die door de vergrijzing de komende jaren sterk gaat groeien. Dialyse kan thuis, in het ziekenhuis of in een behandelcentrum. Van deze opties is de thuisdialyse veel minder duur dan de andere twee, maar de laatste jaren gingen steeds meer behandelcentra dialyse aanbieden. Het ministerie wil deze trend keren omdat het belastend is voor mensen steeds naar het ziekenhuis of behandelcentrum te gaan. Daar komt bij dat sommige ziekenhuizen de dialyse-apparatuur niet fulltime beschikbaar hebben.

Thuisdialyse zal daarom fors worden gestimuleerd, in samenspraak met de wijkverpleging en huisartsen. Om deze en andere nieuwe zorgtaken dicht bij huis te verbeteren, wordt de komende jaren ruim 400 miljoen euro extra uitgetrokken voor wijkverpleging.

Superspecialisten in de ziekenhuizen
De andere trend in de jacht op de kosten is verdere specialisatie in de ziekenhuizen. De vorige minister, Edith Schippers, introduceerde het kwartetten. Niet elk ziekenhuis hoefde ‘alles’ te kunnen, maar moest zich gaan toeleggen op behandelingen waar het goed in was. Dat proces is in volle gang.

Het ene regioziekenhuis richt zich op heupoperaties, het andere op hart- en vaatziekten. Het toekomstperspectief is dat deze hyperspecialismen zich op één plek  in het land concentreren en patiënten soms langer moeten reizen.

De ultieme specialisatie is het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie in Utrecht. Jaarlijks krijgen rond de 500 kinderen in Nederland kanker, nog steeds de meest voorkomende doodsoorzaak onder kinderen: om de twee dagen sterft in Nederland een kind aan deze ziekte. Het gaat om verschillende soorten kanker, maar de meeste vormen komen maar tussen de vijf en 25 keer per jaar voor. Daardoor worden behandelingen steeds complexer. Onderzoek en behandeling waren verspreid over zeven universitaire ziekenhuizen. Door die versnippering was het lastig kennis en ervaring op te bouwen.

Nu is de expertise, nationaal en internationaal, op het gebied van kinderkankerzorg en onderzoek gebundeld in het Prinses Máxima Centrum in Utrecht. In samenwerking met twintig algemene ziekenhuizen in het land wordt de complete oncologische zorg aan kinderen aangeboden. De ingewikkelde behandelingen worden in Utrecht gedaan, de eenvoudigere zorg in het dichtstbijzijnde ziekenhuis van het gezin. Het centrum heeft 85 ouder-kindkamers: opnamekamers voorzien van een eigen ouderverblijf. Ouders kunnen daardoor dag en nacht bij hun kind zijn, ook wanneer zij verder weg wonen. Het ziekenhuis is overtuigd dat dit concept aan alle kanten winst oplevert: kinderen worden beter behandeld en gezinnen worden weerbaarder doordat zij bij elkaar kunnen blijven.

Bron: www.volkskrant.nl

Facebooktwitterlinkedin

de Nederlandse Vereniging voor én door Leidinggevenden Operatieafdeling